TIP 1.

Probeer zoveel mogelijk met je camera dezelfde hoogte aan te houden als het onderwerp en bij portretten dezelfde hoogte aanhouden als de ogen.

TIP 2.

Tegenwoordig worden steeds meer foto's en filmpjes gemaakt met de smartphone. De kwaliteit van de smartphones wordt steeds beter maar waarom worden nu ineens alle foto's en filmpjes staand opgenomen? Puur gemakzucht.

Een foto kan zowel staand als dwars goed zijn. Dit is afhankelijk van het onderwerp. 

Op onderstaande foto's kun je zien dat dwars veelal mooier is om naar te kijken.

Maar een filmpje MOET altijd dwars opgenomen worden. Om dit te doen moet je gewoon je smartphone dwars vasthouden.

Omdat je ogen naast elkaar zitten en niet boven elkaar is je beeldveld van nature dwars georiënteerd. Vroeger hadden we bijna vierkante televisieschermen maar die zijn niet voor niets allemaal breedbeeld geworden. Stel je eens voor dat je in de bioscoop naar een film zit te kijken die staand wordt geprojecteerd.

TIP 3.

Binnen foto's maken blijft moeilijk. Meestal is er te weinig licht. En een flitser gebruiken is niet mooi. Als je de camera met de hand kunt instellen heb je dat probleem niet. Ook met een smartphone kun je tegenwoordig al heel veel instellen. Kies een hogere ISO waarde waardoor de gevoeligheid van de sensor wordt vergroot. Je kunt ook de camera of smartphone instellen op NACHT en de foto's zullen veel natuurlijker worden.

TIP 4.

Voor de juiste compositie is er de bekende 1/3 - 2/3 regel.

Bij een landschapsfoto is het vaak mooier als de horizon niet in het midden staat. Als de lucht een belangrijk onderdeel in je foto is moet deze minimaal 2/3 van het beeld beslaan. Is de voorgrond belangrijker, dan moet deze 2,3 van de beeld beslaan.

Vooral bij een portretfoto is deze regel erg belangrijk. De ogen zijn het belangrijkste op de foto. Daarom moeten deze op 1/3 van boven en 2/3 dan onder op de foto staan.

Uiteraard zijn er altijd uitzonderingen, maar dit is een basisregel.

TIP 5.

Camera's en smartphones kunnen slecht tegen warmte. De camera zal minder goed werken. Het is slecht voor de batterijen of ingebouwde accu. Het is ook zeker niet goed voor het lcd scherm.

Zorg er daarom voor dat de camera of smartphone niet te warm kan worden. Leg hem niet in de felle zon en zeker niet in een afgesloten auto waar de temperaturen in de zomer zeer hoog kunnen oplopen. Mocht je camera toch per ongeluk warm hebben gelegen, koel hem dan niet te snel af. Dit kan condens veroorzaken en dus onherstelbare schade.

TIP 6.

Om mooie avondfoto's te maken van bijvoorbeeld kerstverlichting is het juiste moment erg belangrijk. Ben je te vroeg, dan heeft de helderheid van de lucht nog teveel invloed op de verlichting en ben je te laat dan zie je alleen nog maar wat lichtpuntjes. Het perfecte moment om avondfoto's te maken wordt ook wel het Magic Hour genoemd. Dat is ongeveer 30 minuten voor zonsopkomst of 30 minuten na zonsondergang. Veel camera's kunnen dit soort moeilijke belichtingen wel aan, maar als je liever de camera met de hand instelt kun je de volgende instelling gebruiken: Zet de camera op een statief op op een stevige tafel, 400 ISO, diafragma 8-11 en een belichtingstijd van 10-20 seconden. Dit is een richtlijn en is afhankelijk van de hoeveelheid licht van straatlantaarns, auto's, etc.

Deze techniek kun je ook gebruiken om bijvoorbeeld de lichten van voorbijrijdende auto's als strepen weer te geven. Gebruik van een wat kleiner diafragma (b.v. 16) en een wat langere sluitertijd.

TIP 7.

Laat het onderwerp het beeld inkijken of inrijden. Dit betekent dat er iets meer ruimte moet zitten een de zijde die iemand op kijkt of naar toe rijdt dan aan de andere zijde.

ISO is de gevoeligheid van de sensor van de camera. Vroeger was het de gevoeligheid van de film. ISO is een internationale standaard om aan te duiden hoe gevoelig  de sensor of film is voor licht.  Hoe hoger de ISO waarde, hoe minder licht je nodig hebt om de foto te maken. Een verdubbeling van de ISO waarde betekent een verdubbeling van de lichtgevoeligheid. Een ISO 200 is dus twee keer zo gevoelig dan een ISO 100.

Bij weinig licht kun je de gevoeligheid van de sensor vergroten. Bijvoorbeeld van ISO 200 naar ISO 1000. Zo kun je dus in donkere omstandigheden toch goede foto's maken. Dit gaar echter wel ten kosten van de scherpte van de foto. Daarom is het aan te raden om zoveel mogelijk een lage ISO waarde te gebruiken. Alleen wanneer het niet anders kan kun je de gevoeligheid van de sensor vergroten. Bijvoorbeeld bij binnenfoto's waarbij je bewust geen flitser wil gebruiken. 

Deze twee foto's geven aan wat het verschil is tussen een hoge en een lage ISO waarde. Je ziet dat bij een hogere ISO waarde de kwaliteit van de foto achteruit gaat. De foto wordt minder scherp, korreliger en de kleuren worden minder fris. Bij een lage ISO waarde zie je zelfs de structuur van de stof.